Vlinders

vlinders Lepidoptera

De vlinders (Lepidoptera) vormen de vlies vleugelen. En de twee vleugelen een van de grootste klassen der insecten. Ongeveer 120.000 vlinder variëteiten zijn al beschreven. En voort durend worden nog nieuwe variëteiten ontdekt. Misschien neemt ze aan dat er tegenwoordig op aarde zo’n 200.000 vlinder soorten leven. Die eveneens op aarde de vlinders voor komen. Op de meest verschillende plaatsen op aarde voor komen. De grootste variëteit in soorten vinden in de tropische gebieden van de aarde. Net als bij de kevers treft ze. Ook bij de vlinders exemplaren aan van zeer verschillende grootte. De enorme vleugel span wijdte van 32 cm. Toch wordt bereikt door een Zuid Amerikaans uiltje. In de familie van de dwerg motten vindt. Echter ook exemplaren met een span wijdte van slechts 2 mm.

Vlinders indeling van de familie

vlinders

De weten schapers hebben een heel om vang rijk. Maar ook over zich te lijk systeem geschapen om de weg te kunnen vinden. In de grote rijk dom. En variatie van de planten en dieren wereld. De hoogste categorie in dit schema is het rijk. Zo onder scheidt de meestal een planten. En ook van een dieren. Maar ook een schimmel rijk. Na het rijk komen verschillende af delingen of stammen.

Deze worden weer ingedeeld in verschillende klassen. De klassen weer in orden. En de orden in families. De beschrijving van een soort vindt sinds Linnaeus binominaal plaats. Dat wil zeggen dat elke soort naam uit twee delen bestaat. Het eerste deel is de geslacht naam. En wordt met een hoofd letter geschreven. Het tweede deel. Maar ook de eventuele volgende delen. Is bij voor beeld de soort aan duiding. En wordt met een kleine letter geschreven.

Vlinders voorbeeld

vlinders Jugatae

Bij voor beeld zo als dit Colias phicomone. De Colias is de geslacht naam
van deze vlinder. En de phicomone geeft nauw keurig de soort aan van de vlinder. Maar tot het geslacht Colias behoren bijvoorbeeld. Ook de veenluzernevlinders ( Colias palaeno) en nog andere soorten vlinders.

Het geslacht Colias behoort weer tot de familie der koolwitjes (Pieridae). Een andere hogere eenheid is de sub orde der Heteroneura (Frenatae). En de orde der vlinders (Lepidoptera). Behalve de stammen. En de klassen en orden en families. Zijn er voor een nog fijnere verdeling de super. En sub stammen en onder klassen. Ten slotte dus stam en klasse en orde en familie en ook geslacht en soort.

Rangschikking

Er bestaat nog steeds geen volledig bevredigend systeem van dieren rijk. Om dat er steeds weer nieuwe in zichten komen. Zo met betrekking tot de verwant schap van bepaalde groepen. En om dat sommige over een komen de kenmerken van verschillen. De groepen door de systematici op verschillen de wijze geïnterpreteerd worden. In zo aan sluiting op dit korte voor beeld van de rang schikking geven. We zo een vereenvoudigde selectie van de belangrijkste super families. En ook families volgens het momenteel meest gebruikelijke systeem.

Lepidoptera

Terwijl de vlinders soorten vormen een van de grootste insecten orden. Zo hebben sommige vrouwtjes geen vleugels. Maar over het algemeen hebben
deze insecten er vier. Die dus toch bedekt zijn met kleine brede schubben. Die fraaie kleuren dragen. En de tal loze verschillen de patronen veroorzaken.

De meeste dag vlinders en ook nachtvlinders hebben een rol tong (proboscis). Zeker een holle buis. Die dus in rust onder de kop is op gerold is. Maar ontrold als een rietje. Op die manier dienst doet waar mee de nectar. Van daar andere sappen worden op gezogen worden. Maar sommige volwassen nacht vlinders hebben geen proboscis. En eten even min voedsel. Maar andere bezitten geen kaken om te bijten. Bovendien voeden zich met stuif meel.

De orde Lepidoptera is verdeeld in ongeveer 20 super families. Maar ook de orde van de schubvleugeligen. De dag vlinders vormen er één van. En eveneens de nacht vlinders zijn verdeeld over de rest. De nachtvlinders variëren in vleugel span wijdte van slechts 5 mm tot 25 cm. Zo als het geval is bij de atlasvlinder.

Het is lastig precies de verschil punten tussen dagvlinders. En ook nachtvlinders aan te duiden. Op die manier zijn dagvlinders die vliegen over dag. Maar dat doet een aan tal nachtvlinders ook. Van daar dus ook niet zeggen. Dat dagvlinders vliegen over dag. Maar nachtvlinders die vliegens nachts.

Omdat dat die beste kenmerk vormen de antennen. Bij de dagvlinders zijn ze altijd geknopt. Dat wil zeggen dat ze in een knots je eindigen. Terwijl bij de nachtvlinders allerlei variaties voor komen. Zo als lang. Maar ook kort
draadvormig. Die zijn geveerd. Maar zelden met knotjes.

Vleugels

Bovendien de soorten die wel dergelijke antennen hebben. Zo als de St.Jansvlinders. Zeker kan je herkennen aan de vleugels. Hier is een in gewikkeld gebouwd. Van haak apparaat op de onder zijde der vleugels aanwezig is Dat er voor zorgt dat de vleugels tijdens het vliegen
één geheel vormen (frenulum).

Van daar dus ook dat de jonge vlinders heten rupsen. Omdat die een wormachtig uiterlijk hebben. Vooral drie paar poten aan het voorste gedeelte. En vijf paar stompjes. Terwijl verder naar achteren staat.
Dit zijn dus schijn poten en buik poten. En na schuivers. Veel soorten zijn behaard.

De meeste rupsen voeden zich met bladeren. Omdat sommige met hout. Terwijl de kleermotten het op wol hebben voor zien. Als de rupsen volwassen zijn. Om dat ze veranderen in poppen. Een flink aan tal rupsen spint eerst een zijden cocon. Om zich heen alvorens te verpoppen.

Orde: Lepidoptera vlinders

  1. Suborde: Homoneura (Jugatae)
    Superfamilie (tussen haken de familie):
    Micropterygoidea (Micropte1ygidae)
    Eriocranioidea (Eriocraniidae)
    Hepialoidea (Hepialidae)
  2. Suborde: Heteroneura (Frenatae)
    Superfamilie (tussen haken de familie)
    Nepticuloidea (Nepticulidae)
    Incurvarioidea (Incurvariidae, Adelidae)
    Cossoidea (Cossidae)
    Tortricoidea (Tortricidae, Cochylidae)
    Tineoidea (Tineidae)
    Hyponomeutoidea (Hyponomeutidae, Sesiidae)
    Gelechioidea (Coleophoridae, Gelechiidae, Oecophoridae)
    Zygaenoidea (Zygaenidae)
    Pyraloidea (Pyralidae)
    Pterophoridae ( Pterophoridae)
    Hesperioidea (Hesperiidae)
    Papilionoidea (Papilionidae, Pieridae, Satyridae, Nymplialdae)
    Geometroidea (Geometridae)
    Bombycoidea (Lasiocampidae, Saturniidae)
    Sphingoidea (Sphingidae)
    Notodontoidea (Notodontidae)
    Noctuoidea (Noctuidae, Lymantriidae, Arctidae)

Vlinders indeling

De orde der vlinders wordt in twee sub orden in gedeeld. Zo als de Jugatae en Frenatae. Bij de primitieve Jugatae. Zo waar toe slechts weinig families gerekend worden. Heeft toch de achter rand van de basis van de voor vleugel een kleine voort zetting. Het jugum. Deze haakt in onder de voorste rand van de achter vleugel. En verbindt zo voor en achter vleugel. Tot een uniforme vleugel. Bij alle hogere vlinders ontbreekt deze voort zetting. Hier worden de voor. En achter vleugel verbonden door een klein sokkel vorming uitsteeksel (frenulum). Op de voorste rand van de achter vleugel. Dat in haakt onder de achterste rand van de voor vleugel.

De frenaten worden soms weer onder verdeeld in kleine. En ook grote vlinders. Belangrijk indeling criterium daar bij is niet de grootte van de vlinder. Maar de vorm van de poten aan het achter lijf van de rupsen. Het verschil tussen dag vlinders. En nacht vlinders is niet van belang voor de
in deling. Het is meer een praktisch onder scheid. Bij de nacht vlinders
gaat het meestal om vlinders. Die ’s nachts actief zijn. dag vlinders vliegen meestal over dag.

Vlinders en de ontwikkeling

Daar door als het Paleontologische bewijzen van vlinders zijn zeldzaam. De oudste bewijzen zijn maar ongeveer 50 miljoen jaar oud. En zo de stammen dus uit het Tertiair tijd. In deze tijd leken de vlinders al heel sterk. Dus op de tegenwoordig leven de vormen. Vermoedelijk zijn de vlinders dus al veel vroeger ontstaan. Om dat de vlinders een zeer nauwe relatie met bloeien de planten hebben.

Vooral neemt ze aan dat de voornaamste ontwikkeling. Van de vlinders parallel verlopen is met de op mars van de bedektzadige planten. Dus ongeveer 100 tot 180 miljoen jaar geleden. Zo als in het Jura en het Krijt tijd. De voor ouders van de vlinders. Terwijl hun primitiefste soorten leefden waarschijnlijk nog vroeger. Die bovendien waarschijnlijk al in het Carboon tijd. Die zo ongeveer 300 miljoen jaar geleden was.